Bloemkool is een groente die hoort bij het geslacht kool uit de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae). De botanische naam voor bloemkool is Brassica oleracea convar. botrytis var. botrytis. De bloemkool bestaat uit nog ongedifferentiëerde bloemknoppen, dit in tegenstelling tot broccoli. Er zijn bloemkoolrassen met witte, paarse, oranje of groene bloemkolen.
De teelt in Nederland vindt vooral plaats in West-Friesland (Noord-Holland ), in de omgeving van Barendrecht, op de Zuid-Hollandse eilanden en rondom Venlo. Winterbloemkool wordt vrijwel uitsluitend op Texel, in Zeeland en in Westfriesland geteeld, omdat elders de kans op uitvriezen te groot is.
Bloemkool vraagt een flinke bemesting, omdat anders de kans op te vroege koolvorming, de zogenaamde boorders, bestaat. Zodra de kool te zien is moet deze bedekt worden met blad, omdat anders de kool niet mooi wit blijft maar bruinachtig geel verkleurt.
Er worden de volgende teeltwijzen onderscheiden:
Winterteelt onder glas met oogst in maart
Winterteelt buiten met oogst in april en mei
Weeuwenteelt met oogst in juni.
Vrijsterteelt met oogst in juli, augustus en september
Herfststeelt met oogst in oktober, november en december.
Voor de vroege teelt worden rassen met een korte groeiduur gebruikt. De rassen voor de late herfstteelt hebben de langste groeiduur, van 130 tot 190 dagen. Het oude ras Alpha voor de vroegste teelten, dat door de volkstuinder veel wordt gebruikt heeft een korte groeiduur. In de beroepsteelt worden overwegend hybriderassen gebruikt.
Weeuwenteelt
Bij deze teeltwijze wordt begin oktober gezaaid en zodra het eerste ware blaadje zichtbaar is verspeend in bloempotten van 10 cm doorsnede onder platglas. Hoe groter de pot des te minder kans op te vroege koolvorming, boren genoemd, in het voorjaar. De hele winter worden ze vorstvrij gehouden door noppenfolie en/of rietmatten en bij zeer strenge vorst ook nog met dubbele ramen platglas. Half maart tot half april worden ze buiten uitgepoot.
Vrijsterteelt
Bij deze teeltwijze wordt in januari/februari in de warme kas gezaaid en half april/begin mei buiten uitgepoot. Bij bloemkool kan door slechte groeiomstandigheden, zoals vochttekort of hoge temperaturen tijdens de groei, doorwas en schift optreden, waardoor de kool er harig uitziet. Bij doorwas groeien de doorgaans witgekleurde schutblaadjes door de kool. Bij schift komen de bloempjes te vroeg uit het bloemscherm tevoorschijn.
Consumptie
Bloemkool wordt doorgaans gekookt gegeten, maar is ook als rauwkost eetbaar. Koken neemt 10 tot 20 minuten in beslag, afhankelijk van de gewenste hardheid van het eindresultaat en de afmeting van de bloemkool. Ook is het mogelijk de bloemkool te frituren door deze eerst door een bloempapje te halen waar kruiden door zijn gedaan. Ongeveer 4 minuten op 190 C°.